DNA kopiëren
Ongeveer 8 minuten. Openritsen, aanvullen, en je hebt er twee.
Waarom dit zo betrouwbaar is
De twee strengen van DNA passen op elkaar als een rits: A hoort altijd bij T, en C hoort altijd bij G.
Daardoor ligt de ene streng helemaal vast zodra je de andere kent. Je hoeft alleen open te ritsen en aan te vullen.
Elke nieuwe dubbele streng bestaat dus uit één oude en één nieuwe helft. De oude helft is het sjabloon en de controle tegelijk.
Openritsen en aanvullen
Donker is de oude streng, gestippeld is nieuw aangelegd.
In 3 stappen
De streng ritst open
De zwakke verbindingen tussen de basen laten los. De twee helften komen vrij te liggen.
Vrije basen koppelen aan
Tegenover elke A komt een T, tegenover elke C een G. Daar is geen keuze in, en dat maakt het nauwkeurig.
Er liggen twee dubbele strengen
Allebei met één oude en één nieuwe helft, en allebei met dezelfde informatie als het origineel.
De fout die bijna iedereen maakt
Na replicatie heb je twee dubbele strengen. Waaruit bestaan die?
Elke oude streng wordt het sjabloon voor een nieuwe. Je houdt dus twee gemengde dubbele strengen over, niet een origineel en een kopie.
Replicatie is niet hetzelfde als transcriptie
Bij replicatie maak je een complete kopie van het hele DNA, voor een celdeling. Bij transcriptie schrijf je alleen één gen over naar mRNA, voor een eiwit. Verschillende doelen, verschillende momenten.
Check jezelf
Welke base hoort bij A?
Wanneer vindt replicatie plaats?
Waaruit bestaat elke nieuwe dubbele streng?
Waarom is dit proces zo nauwkeurig?